Een overbruggingskrediet, wat ben je daarmee?

Pexels pixabay 210705

Een huis kopen wanneer je oude woning nog niet verkocht is, is niet altijd evident. Want hoe financier je de aankoop wanneer de verkoop nog niet gerealiseerd is? Via een overbruggingskrediet kan je alvast een deel van het aankoopbedrag tijdelijk lenen.

We leggen het uit aan de hand van een voorbeeld: Stan en Jana zijn dertigers die tien jaar geleden samen een appartement kochten. Daarvoor sloten ze een woonkrediet van 200.000 euro met een looptijd van twintig jaar af (waarvan vandaag al de helft is terugbetaald). Intussen kregen ze twee kinderen, waardoor ze nood hebben aan een meer ruimte. Ze hebben een ruime bungalow in de buurt op het oog, maar de aankoopprijs – 450.000 euro, inclusief kosten – ligt wel een stuk boven de vraagprijs die ze voor hun appartement in gedachten hebben.

De waarde van dat appartement werd door een expert geschat op 250.000 euro. Vermits ze nog 100.000 euro van de lopende hypotheeklening moeten afbetalen, zullen ze bij de verkoop wellicht vrij beschikken over een bedrag van 150.000 euro. Bovendien hebben ze in de afgelopen tien jaar een spaarpot van 50.000 euro opgebouwd. Een koper voor hun flat heeft het koppel voorlopig echter nog niet gevonden. Dat is vervelend, want ze vermoeden dat er heel wat kandidaten voor hun nieuwe droomhuis zijn.

Via een overbruggingskrediet kunnen Stan en Jana toch hun droomwoning kopen. Zo’n krediet is namelijk dé oplossing om de periode tussen de aankoop van de nieuwe woning en de verkoop van de huidige woning te overbruggen. De bank schiet dan het kapitaal voor dat je bij de eigenlijke verkoop verwacht te krijgen. Je hoeft daardoor niet te wachten tot je effectief een koper gevonden hebt, en zo voorkom je dat een andere kandidaat jouw droomhuis voor je neus wegkaapt.

In de praktijk

Wat betekent dit nu voor Stan en Jana? Zij sluiten een overbruggingskrediet af voor 100.000 euro. “Financiële instellingen bouwen immers een veiligheidsmarge in bij het toekennen van een overbruggingskrediet”, legt John Romain van Immotheker Finotheker uit. “De waarde van het te verkopen appartement is geschat op 250.000 euro: de bank past daar een korting van ongeveer 20 procent op toe om zo het maximumbedrag – dus 200.000 euro – voor het krediet te bepalen.”

“Op dat appartement rest evenwel nog een te betalen schuldsaldo van 100.000 euro: ook daar houdt de bank rekening mee. Daardoor kunnen Stan en Jana uiteindelijk maximaal 100.000 euro lenen voor het overbruggingskrediet.” Voor de overige financieringsbehoefte van (450.000 euro aankoop – 100.000 euro overbrugging – 50.000 euro spaargeld =) 300.000 euro, ondertekenen ze een nieuw hypothecair woonkrediet.

Van zodra hun appartement verkocht wordt, betalen Stan en Jana de overbrugging van 100.000 euro terug aan de bank. Maar zolang het pand in de markt blijft, dienen ze in principe alleen rente op het overbruggingskrediet te betalen. Ze hoeven in die periode dus geen kapitaal af te lossen, wat hun maandelijkse schuldenlast een pak minder zwaar maakt.

Vaste rentevoet

Op een overbruggingskrediet betaal je altijd een vaste rentevoet. “Die varieert doorgaans tussen 2 en 4 procent, naargelang de kredietverstrekker”, weet John Romain. “Het is echter niet eenvoudig om die looptijd op voorhand goed in te schatten. Want je weet uiteraard niet wanneer je oude woning verkocht zal geraken. De minimale duur van het overbruggingskrediet is meestal zes maanden, en drie jaar is een maximum. Je kan altijd na afloop bij dezelfde bank een nieuw krediet aangaan, weliswaar tegen nieuwe voorwaarden.”

In ons voorbeeld sluiten Stan en Jana een overbruggingskrediet voor twee jaar af. De vaste rentevoet bedraagt iets meer dan 3 procent. De bank rekent 300 euro dossierkosten aan. Op het onroerend goed dat als waarborg dient, moet een hypothecaire volmacht gevestigd worden: die kost nog eens ongeveer 1.000 euro. Dit krediet geeft hen evenwel heel wat financiële ademruimte: het koppel heeft nu twee jaar tijd om een kandidaat-koper te vinden die bereid is om 250.000 euro voor het appartement te betalen. Daardoor worden Stan en Jana niet gedwongen om snel-snel onder de prijs te verkopen.

Hypotheekwissel

Stan en Jana hadden in het verleden een woonkrediet van 200.000 euro afgesloten voor hun huidige appartement. Ze kozen er niet voor om via een hypotheekwissel het openstaande saldo van 100.000 euro mee op te nemen in het nieuwe woonkrediet. “Maar dat is vaak niet de beste keuze”, zegt John Romain van Immotheker Finotheker. “Het is verstandig om na te gaan of de lopende hypotheeklening beter niet wordt stopgezet en via een hypotheekwissel wordt overgezet naar de nieuwe woning – mét behoud van de fiscale voordelen. Je bankier kan de voor- en nadelen van beide opties toelichten.”

Bron: Ik ga bouwen (Roel Van Espen) op 26-11-2020

Terug naar overzicht